Burgerparticipatie, de logische pendant van de representatieve democratie.

Door Paul Cordy op 26 oktober 2017, over deze onderwerpen: Blog, District Antwerpen
Democratie

Charles Derre getuigde in zijn opiniestuk van 23 oktober over zijn deelname aan het ‘burgerbegrotingsfestival’ waarmee het district Antwerpen over de aanwending van 10% van zijn middelen rechtstreeks door de burger in consensus laat beslissen. Volgens Derre is dit te weinig omdat de middelen van een district te beperkt zouden zijn.

Ik merk hierbij graag op dat het budget van een district sowieso volledig naar investeringen gaat met een rechtstreekse impact op het dagelijkse leven van de burger, zoals sport, cultuur, jeugd, senioren… Het budget is dus zeker niet betekenisloos.

De burgerbegroting bestaat nog maar vier jaar maar kan toch al mooie resultaten voorleggen. Bovendien zetten we ook in op andere vormen van inspraak om de Antwerpenaar bij projecten te betrekken, én loopt in het Vlaams parlement volop het debat over burgerparticipatie.

Problematischer is dat Derre inspraak ziet als een alternatieve vorm van besluitvorming die zich in de plaats kan of wil stellen van de representatieve democratie. Enkel participatie zou dan in staat zijn om tegenstellingen en polarisatie te overstijgen. Ik leid daaruit af dat Derre nog maar zeer weinig ervaring heeft met directe inspraak. Ook in inspraakprocedures kunnen de tegenstellingen hoog oplopen. Maar daar is niets mis mee, zolang diegenen die aan het kortste eind trekken zich ook bij de genomen beslissing kunnen neerleggen. De historische democratische traditie in Vlaanderen toont trouwens aan dat de representatieve democratie daar effectief toe in staat is.

Een participatieve democratie die enkel beslissingen in consensus kan nemen zou wel eens heel snel tot immobilisme en frustratie kunnen leiden. Derre beschrijft het Engelse dorpje Frome als de ideale democratie, want daar zijn alle gemeenteraadsleden partijonafhankelijk. Maar komt men daar dan nooit in een positie waarbij een meerderheid tegen een minderheid moet beslissen? En zou het voor de burger niet duidelijker zijn wanneer hij of zij al bij de verkiezingen kan inschatten welke keuzes de betrokken raadsleden zullen maken op basis van hun vooraf uitgesproken ideologische voorkeur? Maakt Derre zich werkelijk de illusie dat de raadsleden in Frome geen ideologische voorkeur hebben, of dat het georganiseerde middenveld geen impact zou hebben op de raadsbeslissingen en dit ten nadele van de ongeorganiseerde burger?

De tegenstelling tussen representatieve en participatieve democratie is een valse tegenstelling. In werkelijkheid moeten we tot een besluitvormingsproces komen waarbij beiden elkaar versterken én tegelijkertijd ook niet zonder elkaar kunnen. Een democratie waarbij een verkozen raad, gelegitimeerd door de keuze van alle burgers, zich via participatieprocedures richt tot élke burger om hem bij de besluitvorming te betrekken. Want wie de representatieve door een participatieve democratie wil vervangen, zal al gauw merken dat zijn besluitvormingsproces aan legitimiteit zal inboeten.

(Dit opiniestuk verscheen in een sterk ingekorte versie in De Standaard van 26 oktober 2017 en is een reactie op een artikel van Charles Derre (DS 23/10).

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is