Geen Nederlandstalige muziek op Franstalige zenders

Door Paul Cordy op 7 juni 2018, over deze onderwerpen: Blog

Hoe groot acht u de kans om ‘Zoutelande’, de jongste hit van BLØF en Geike Arnaert, op een Franstalige zender te horen? Het antwoord is eenvoudig: die kans is onbestaande. Tot die conclusie kwam vertaler en auteur Herman Boel (zie hiervoor zijn blog ‘De Taalfluisteraar’) toen hij op zoek ging naar de frequentie waarmee Nederlandstalige muziek op Franstalige radiozenders werd gespeeld. Door een gebrek aan interesse bij het Franstalig publiek wordt die muziek niet geprogrammeerd. En omdat ze niet geprogrammeerd wordt, kan men deze muziek niet leren kennen… en kan er dus ook geen interesse ontstaan. Een vicieuze cirkel dus. Moeten we dat erg vinden? Tenslotte zijn Vlaanderen en de Franstalige wereld gemeenschappen die naast elkaar leven, en daar zal een plaatje op de radio natuurlijk niet veel aan veranderen.

En toch. De manier waarop Walen en Franstalige Brusselaars zich op cultureel vlak op zichzelf terugplooien blijft merkwaardig. Het staat ook in schril contrast met de Vlaamse radiowereld waar, naast uiteraard een dominante aanwezigheid van Engelstalige liedjes, ook aandacht is voor meerdere andere talen, waaronder het Frans. Denk bijvoorbeeld aan muzikanten van de zeer populaire Brusselse hiphopscene die ook op onze zenders te beluisteren zijn en deze zomer op onze festivals te bewonderen zijn. Brussels Vlaanderen toont zich op dat punt een stuk opener naar de wereld dan ons ‘buurland’ bezuiden de taalgrens. En dat is jammer, niet in de laatste plaats voor onze artiesten die zo beperkt worden in het aantal mensen dat ze kunnen bereiken.

'Maar' twintig miljoen mensen

Vlaanderen is een kleine gemeenschap die deel uitmaakt van een middelgroot taalgebied van twintig miljoen Nederlandstaligen. Het is niet evident om te werken voor een markt van ‘maar’ twintig miljoen luisteraars. De verleiding om voor een taal te kiezen die een ruimer publiek aanspreekt is dan groot. Daarom moeten we de zangers die consequent voor het Nederlands kiezen koesteren en steunen. Koesteren omdat ze een extra dimensie aan onze taal – en dus onze gemeenschap – toevoegen, en steunen omdat ze het binnen een kleine markt moeten kunnen volhouden en waarmaken. Dat steunen gebeurt al door de quota waarmee de VRT werkt om Nederlandstalige muziek voldoende aan bod te laten komen op de radio. Maar die quota gelden uiteraard niet buiten onze grenzen. Daar zullen andere acties moeten genomen worden om onze Nederlandstalige artiesten onder de aandacht te krijgen.

Het is vaak moeilijk opboksen tegen de veel grotere taalgebieden die ons omringen, met veel muzikale en andere producten in de eigen taal. Toch moeten we ook daar aandacht vragen voor onze Nederlandstalige culturele productie. Muziek vormt vaak een uitstekend middel om mensen interesse te doen krijgen in wat hier allemaal gezongen en geschreven wordt. Voor een kleine gemeenschap als de onze is die culturele uitstraling zeer belangrijk. Het geeft je karakter en eigenheid, en laat zien dat je niet zomaar een inwisselbare buur bent maar wel een land dat interessante dingen te bieden heeft. Vlaanderen zelf is heel open en toont belangstelling voor wat buiten onze grenzen gebeurt. Maar we moeten er natuurlijk ook voor zorgen dat dat buitenland evengoed belangstelling toont voor wat hier gebeurt. En dat komt niet vanzelf.

Vlaanderen zou dus in het buitenland actiever promotie moeten voeren voor onze Nederlandstalige muziek. Dat vraagt niet noodzakelijk grote inspanningen, maar het moet wel gebeuren. Het zou ten zeerste verbazen dat men met doelgerichte acties er niet in slaagt om bijvoorbeeld Franstalige omroepen te verleiden om die Nederlandstalige muziek eens te proberen. Zeker voor omroepen die in Brussel gevestigd zijn – ons venster op de wereld waar we inderdaad die andere taalgroep ontmoeten – kan die kloof toch niet zo diep en groot zijn ?

Is de Franstalige wereld in België werkelijk zo gesloten dat ze geen interesse zou kunnen tonen?  Met de juiste acties moet men er in kunnen slagen om die markt aan te boren. En wat men in die proeftuin leert, kan ons aanzetten om later nog verder te blikken dan enkel de Franstaligen in België.

Minister neemt geen initiatief

Het zou mooi zijn als de bevoegde Vlaamse minister een initiatief zou nemen om de promotie van onze Nederlandstalige muziek in het buitenland op gang te brengen. Ik stelde hierover een vraag aan Sven Gatz, maar het minste dat je kan zeggen is dat hij zich in zijn antwoord op de vlakte hield. Om niet met zoveel woorden te zeggen dat hij niet van plan was om er iets aan te doen.

Ik citeer even uit zijn antwoord: “Zoals u weet, ben ik op vele vlakken in contact met de Franse Gemeenschap en werken wij deze legislatuur ook vanwege het cultureel samenwerkingsakkoord veel nauwer samen. Die samenwerking verloopt gunstig en vlot en biedt nieuwe perspectieven. (…) Ik zal op alle andere vlakken, die deze commissie goed kent, verder en zelfs intenser samenwerken met de Franse Gemeenschap. Maar dit element behoort tot de vrije programmatie, zeker van de commerciële omroepen, maar ook van de publieke, en ik ga daar verder geen actie rond ondernemen.”

Voor het volledige verslag van mijn tussenkomst in de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media klikt u door naar https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1256039...

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
4
De gemiddelde score is