Uitspraak in rechtszaak over Charlottalei gunstig voor het district Antwerpen

Door Paul Cordy op 28 februari 2018, over deze onderwerpen: District Antwerpen

Gisteren, 27 februari, deed de rechtbank van eerste aanleg uitspraak in de milieustakingsvordering die de vzw Straatego had aangespannen tegen de stad en het district Antwerpen. Het vonnis luidde dat de zaak ontvankelijk maar ongegrond was. Het district heeft dus volgens de rechtbank correct gehandeld bij de heraanleg van de Charlottalei.

Hoe luidt het vonnis?

De zaak is ontvankelijk. De stad had aangevoerd dat de vzw Straatego niet voldeed aan de wettelijke vereisten om deze milieustakingsvordering te kunnen indienen. De rechter oordeelde echter dat dit wel het geval was en dat Straatego bijgevolg deze vordering kon indienen.

De zaak is ongegrond. Straatego had volgende eisen geformuleerd:

a) Vaststellen dat het rooien van de bomen een inbreuk op de milieuwetgeving vormde;
b) Een gerechtsdeskundige aanstellen om de milieuschade vast te stellen;
c) In bijkomende orde: de stad te veroordelen tot het aanplanten op de Charlottalei van 54 bomen die qua aard en omvang gelijk zijn aan de gerooide kastanjebomen en hiervoor de eventueel reeds aangeplante nieuwe lindebomen te verwijderen.

De rechtbank oordeelde hierover als volgt:

Volgens Straatego was er een inbreuk op de milieuwetgeving omdat ten eerste de foute vergunningsprocedure zou zijn toegepast. Volgens Straatego had niet de stad maar de gewestelijk stedebouwkundig ambtenaar de vergunning moeten verlenen. Dit vloeide volgens Straatego voort uit het feit dat de Charlottalei meer dan twee rijvakken telt (twee ventwegen + drie rijvakken op de hoofdbaan) en dan is de stad niet langer bevoegd. De rechter oordeelde echter dat wel degelijk de juiste procedure werd gevolgd: omdat er enkel aan de beide ventwegen wordt gewerkt en niet aan de hoofdrijbaan is de stad (en in geval van beroepsprocedure de Bestendige Deputatie) bevoegd. De vergunning werd dus door de juiste instantie afgeleverd.

Ten tweede voerde Straatego aan dat er geen afdoende MER-screening was gebeurd waardoor de impact op de luchtkwaliteit niet was onderzocht. Hiervoor was volgens Straatego een project MER-screeningsnota vereist. Een MER-screeningsnota is vereist wanneer de milieueffecten van een project aanzienlijk zijn. Straatego kon echter op geen enkele manier aantonen dat het district verplicht was een dergelijke nota op te maken. Belangrijk is dat de aanvrager van de vergunning, in dit geval het district, de vergunningverlenende overheid voldoende informatie kan bezorgen om de milieueffecten te beoordelen. Op basis van de aangeleverde informatie, inclusief het advies van de stedelijke Dienst Stadsontwikkeling, oordeelde de Bestendige Deputatie (die de vergunning in beroep verleende) dat er geen aanzienlijke milieueffecten aanwezig waren. De Bestendige Deputatie had deze beslissing volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd en onderzocht. Het district, dat dus niet de wettelijke verplichting had een MER-screeningsnota op te stellen, had de vergunningsaanvraag inclusief het rooien van de bomen wel voldoende onderbouwd.

De vergunning was dus correct verleend en er was geen sprake van een inbreuk op de milieuwetgeving.

Omdat Straatego niet kon aantonen dat er een inbreuk op de milieuwetgeving was gebeurd, achtte de rechtbank het ook niet nodig om in te gaan op de eis van Straatego om een gerechtsdeskundige aan te stellen. Ook deze eis werd dus verworpen.

Conclusie:

De eisen van Straatego werden volledig verworpen. De rechtbank oordeelde dat de vergunning correct werd verleend en dat het district bij zijn vergunningsaanvraag voldoende rekening had gehouden met de te voorziene milieueffecten.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is